Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland
Plaats Crescas, Kastelenstraat 80, Amsterdam-Buitenveldert
Tijd 10.30 uur (zaal open vanaf 10.00 uur)

zondag 28 oktober 2012

Overbodige mensen. Een beschouwing over Hannah Arendt en het kwaad.

Dr. Kees van Hattem

De Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt heeft zich verdiept in het mechanisme van het totalitarisme en de Shoah. In de lezing zal aandacht geschonken worden aan een aantal oorzakelijke factoren van het Nazi-totalitarisme en de Shoah. Hannah Arendt sprak aanvankelijk van een ‘radicaal kwaad’, een term die ook door Kant is gebruikt. Echter, het radicale kwaad van Arendt kan, in tegenstelling tot Kant, niet verklaard worden door menselijke motieven. Na het bijwonen van het Eichmann-proces veranderde zij haar mening en sprak van ‘de banaliteit van het kwaad’, dat gekarakteriseerd werd door het onvermogen om te denken en te oordelen. Er zal dan ook aandacht besteed worden aan de rol van het denken en het oordelen.

Is de Shoah uniek of kan het vergeleken worden met andere genocides, is een vraag die eveneens aan de orde komt. Tenslotte zal aandacht besteed worden aan de visie van Arendt op de rol van de Joodse Raden in het algemeen en op die van Nederland in het bijzonder. De lezing wordt besloten met de vraag over schuld en verantwoordelijkheid.

Cornelis (Kees) van Hattem werd geboren in Amsterdam op 31 oktober 1930. Daar bezocht hij ook de lagere school en 5-jarige HBS. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was hij woonachtig in Amsterdam-Oost tegenover het Muiderpoortstation. Na het eindexamen HBS studeerde hij 4 jaar geneeskunde aan de UvA, maar voltooide de studie niet. Van 1956 tot 1989 was hij werkzaam in de farmaceutische industrie, bij Merck, Sharp & Dohme in Nederland, België, Zwitserland en Israël. Zijn voornaamste taken waren daar het opleiden van buitendienstmedewerkers, de registratie van geneesmiddelen en het klinisch geneesmiddelen onderzoek bij de ziekte van Parkinson. In 1989 kwam hij in de VUT, waarna hij terugkeerde naar de UvA: hij studeerde achtereenvolgens filosofie en theologie en promoveerde in 2003 bij Hans Achterhuis op het proefschrift Overbodige mensen. Een beschouwing over Hannah Arendt en het kwaad, dat gaat over totalitarisme en de Shoah. Het proefschrift werd door zijn vrouw vertaald en verscheen in de V.S. onder de titel Superfluous People.