Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland
Plaats Crescas, Kastelenstraat 80, Amsterdam-Buitenveldert
Tijd 10.30 uur (zaal open vanaf 10.00 uur)

zondag 15 mei 2011

Joodse schrijvers over de Shoah: van de ooggetuigen naar de ‘jonge wilden’

Prof. dr. Elrud Ibsch

Professor Ibsch legt in deze lezing met u de weg af die leidt van Primo Levi naar Arnon Grunberg. Levi en Grunberg … een op het eerste gezicht onoverbrugbare afstand. Echter, wanneer men de ironie in overweging neemt waarvan beide auteurs (weliswaar op verschillende wijze) gebruik maken, dan verandert dat. Ironie: het middel om de overmacht van de tegenstander te breken. Tussen beide extreme voorbeelden hebben ontwikkelingen plaats gevonden waarbij de verbeelde geschiedenis het steeds meer heeft gewonnen van de beleefde geschiedenis. De verhalen van kinderen, die bijvoorbeeld samen met hun ouders het kamp (Ruth Klüger, Ischa Meijer), of in de onderduik (Saul Friedländer, Lisette Lewin, Chaja Polak) overleefden, zijn nog autobiografisch, of fictioneel met een autobiografische achtergrond. De Hongaarse schrijver Imre Kertész heeft de overstap naar fictie heel expliciet willen maken met zijn roman Onbepaald door het lot. Reeds vroeg (vanaf eind jaren zestig en vooral in de jaren zeventig) hebben ook andere overlevenden met het verhaal van de Shoah geëxperimenteerd. Opvallend zijn de vroege morele experimenten van bijvoorbeeld Edgar Hilsenrath en Hans Keilson. Schrijvers van na de oorlog hebben voor het literaire experiment gekozen, zoals bijvoorbeeld David Grossman, Romain Gary en Marcel Möring.

Prof. dr. Elrud Ibsch werd in 1935 in Hannover (Duitsland) geboren. Zij studeerde Frans, Duits, literatuurwetenschap en filosofie aan de universiteiten van Parijs, Mainz en Utrecht. Na haar promotie (over de esthetische theorieën van Friedrich Nietzsche) werd zij wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Utrecht en van 1976 tot 2000 was zij hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Na haar pensionering was zij tot 2002 voorzitter van de landelijke Onderzoekschool Literatuurwetenschap. Zij publiceerde, gedeeltelijk met haar echtgenoot prof. dr. D.W. Fokkema (emeritus hoogleraar Vergelijkende Literatuurwetenschap te Utrecht) over Modernisme, Postmodernisme, Theorie van de Literatuurwetenschap en Receptieonderzoek. Over joodse literatuur verschenen van haar hand een aantal artikelen in het Engels, Duits en Nederlands (o.a. in de Encyclopedia of Modern Jewish Culture). Zij was betrokken bij de publicatie Joden in Nederland in de twintigste eeuw: een biografisch woordenboek (2007). In 2004 kwam haar boek Die Shoah erzählt uit. Het manuscript van haar eerstvolgende boek, Overleven in verhalen, is nagenoeg voltooid.